We spraken de oprichters, van links naar rechts: Cees van Beukering (72), Theo du Pree (69) en Geralca Teurlings (57), over de start, de pioniersjaren, bijzondere momenten en hun blik op de toekomst.

Een cursus vastgoedmanagement. Een groep nieuwsgierige professionals. En een programmaleider die het zonde vond als de opgedane kennis en contacten na afloop van de cursus verloren zouden gaan. Zo begon het, eind jaren 90, in de collegezalen van de Haagse Hogeschool. Terwijl de vastgoedwereld zich druk maakte over het millenniumprobleem, ontstond hier iets nieuws: de kiem van VGME.
Nu, bijna 25 jaar later, is dat zaadje uitgegroeid tot het grootste persoonlijke kennisnetwerk voor vastgoedmanagers en -experts in Nederland. We spraken de oprichters - Cees van Beukering (72), Theo du Pree (69) en Geralca Teurlings (57) - over de start, de pioniersjaren, bijzondere momenten en hun blik op de toekomst.
“De cursisten kwamen uit alle hoeken van het vastgoed. Die mix werkte: iedereen bracht eigen kennis en ervaring mee.”
Hoe is VGME ontstaan?
Cees: “Het begon bij de Post-Hbo Vastgoedmanagementopleiding. Ik was programmaleider, Theo en Geralca zaten in mijn groep. De cursisten kwamen uit alle hoeken van het vastgoed. Die mix werkte: iedereen bracht eigen kennis en ervaring mee, en door dat te delen werden we samen sterker. Ik vond het zonde om dat na de opleiding te laten stoppen. Zo ontstond het idee voor een netwerk.”
Theo: “Ik kende Cees al van mijn werk bij de gemeente Rotterdam. Hij haalde me over om de opleiding te doen. Tijdens dat jaar merkte ik hoe waardevol het was om met mensen uit verschillende disciplines samen te werken. Je kon elkaar vragen: ‘Hoe zou jij dit aanpakken?’ Dat voelde eigenlijk al als een netwerk.”
Geralca: “Cees was ervan overtuigd: ‘Dit moet gebeuren. We moeten elkaar blijven zien en kennis en ervaring uitwisselen.’ Daarmee konden we elkaar versterken en tegelijk de branche verder professionaliseren. En daar had hij gelijk in. De sector was kwetsbaar, er ging veel geld in om en er waren genoeg cowboys actief. Meer kennis en professionaliteit waren hard nodig. Daar stond ik helemaal achter. Alleen zei Cees ook dat het opzetten van zo’n netwerk niet veel werk zou zijn. Nou… dát bleek niet te kloppen.”

Hoe waren die eerste jaren?
Geralca: “Het was scharrelen: leden werven, geld regelen, bijeenkomsten organiseren. We moesten alles zelf uitvinden. Maar het enthousiasme van iedereen trok ons erdoorheen. En het heeft uiteindelijk iets moois opgeleverd.”
Cees: “Dat herken ik. Het kwam neer op hard werken en volhouden. Zonder die inzet was VGME er nooit gekomen. We hadden nauwelijks middelen en hebben zelf € 3.850 bij elkaar gesprokkeld om wat lucht te krijgen. We begonnen met elf mensen, een jaar later waren het er al 61.”
Theo: “Alles ging houtje-touwtje. Het logo knutselde ik zelf in Word, met een digitale camera erbij. Maar dat deed er niet toe: de energie maakte alles goed. En in 2004 kwam Michel Capitein erbij. Hij bracht nieuwe schwung en zorgde dat VGME weer een stap verder kwam.”
“Het was scharrelen in het begin: leden werven, geld regelen, bijeenkomsten organiseren.”
Wat typeerde die beginperiode?
Theo: “De saamhorigheid. We deden dit allemaal naast onze banen, vaak ’s avonds of in het weekend. Vrijwilligerswerk, maar met een enorme drive.”
Cees: “En de sfeer. Het was gemoedelijk, zonder ellebogenwerk. Je werd lid op persoonlijke titel, niet namens een bedrijf. Daardoor werd er opener gedeeld. Natuurlijk wil iedereen uit een netwerk ook iets voor zichzelf halen, maar altijd met het idee: samen groeien, samen verder komen en de branche professionaliseren. Dat is nog steeds de basis van VGME.”

Wat zouden jullie nu anders doen?
Theo: “Niet veel. Natuurlijk was het vallen en opstaan. Maar we waren met een groep jonge mensen die er zin in hadden en erin geloofden. Dat werkte gewoon.”
Geralca: “De visie klopte. Wat soms lastig was: genoeg mensen vinden die er echt samen voor wilden gaan. Digitalisering stond nog in de kinderschoenen. Geen WhatsApp, geen Teams. Nu zou het veel makkelijker zijn om dingen van de grond te krijgen en contact te leggen. Toen kostte dat veel meer tijd.”
Cees: “Ik zou meer kleine werkgroepjes hebben gemaakt. Iedereen een stukje verantwoordelijkheid geven. Als iedereen iets kleins doet, bereik je samen iets groots. Dat had de organisatie sterker gemaakt. Gelukkig wilden de mensen die erbij waren allemaal dezelfde kant op. Daardoor bleven we meters maken.”
“Als iedereen iets kleins doet, bereik je samen iets groots.”

Waar zijn jullie trots op?
Geralca: “Dat we een rol op de kaart hebben gezet die toen nog nauwelijks bestond: die van vastgoedmanager. Nu is het een volledig geaccepteerde functie. Dat zegt veel over de professionaliseringsslag die nodig was.”
Cees: “Wat me trots maakt, is de inhoud die VGME altijd heeft gebracht. Door de jaren heen mochten we toonaangevende sprekers ontvangen, zoals Annemarie Jorritsma en Diederik Samson. Dat zulke mensen hun verhaal bij ons willen delen, zegt veel over de positie die we hebben opgebouwd. En kijk waar we nu staan: van kleine bijeenkomsten naar professioneel georganiseerde events en een magazine dat je met trots openslaat.
“Door de jaren heen mochten we toonaangevende sprekers ontvangen, zoals Annemarie Jorritsma en Diederik Samson.”
Theo: “In het begin keek niemand naar ons om, maar we zijn er nog steeds. Mijn grootste trots zit in de mensen: inmiddels zijn er honderden professionals aangesloten. Dat vind ik fantastisch.”
Cees: "Ik ben ook trots dat we de professionalisering van het vak steeds verder hebben kunnen vormgeven. Een voorbeeld daarvan is het PE-puntensysteem (red: permanente educatie) dat rond 2015 is ingevoerd. Erwin van de Pol heeft daar samen met de Commissie Opleiding en Toelating een grote rol in gespeeld. Dat programma stimuleert continue groei, ontwikkeling en kennisuitwisseling. Het geeft inhoud aan de RVGME-titel en houdt ons als beroepsgroep scherp. Voor mij onderstreept dat waar VGME voor staat: samen leren, kwaliteit verhogen en telkens de lat wat hoger leggen. Als we die lijn vasthouden, heb ik alle vertrouwen in de toekomst.”

Na jullie vertrek kwamen er nieuwe bestuurders. Wat brachten zij mee?
Cees: “Na een jaar of twaalf gaven we het stokje door. Loek Langezaal nam het over en bracht een heel andere sfeer. Hij schroefde het niveau op, met meer aandacht voor goed georganiseerde events. Waar het bij ons nog wat kleinschaliger en amateuristisch was, zette hij een nieuwe, professionelere standaard neer.”
"Na een jaar of twaalf gaven we het stokje door."
Theo: “Robbert Geerlings hield dat niveau vast en voegde de masterclasses toe. Daarmee kwam er meer nadruk op kennis en inhoud. En nu zie je dat Mireille de Korte opnieuw stappen zet, met een focus op kwaliteit en vakinhoudelijke verbreding en verdieping.”
Geralca: “Het is mooi om te zien hoe elk bestuur iets nieuws toevoegt, terwijl de basis overeind blijft.”

Zijn er momenten of locaties die jullie zijn bijgebleven?
Cees: “De allereerste bijeenkomst in Haarlem. In een Connexxion-bus die was omgebouwd tot vergaderzaal. Later kwamen we vaak samen in het Feyenoord-stadion. Voor € 12,50 kreeg je daar een tweegangenmenu met nasi of bami, inclusief toetje. Dat vergeet je niet.”
Theo: “Ik herinner me ook de Prison Escape-bijeenkomst in een oude gevangenis. Ineens zat ik opgesloten in een cel. Heel apart om dat mee te maken.”
Geralca: “Voor mij blijft vooral het gevoel van pionieren hangen. Je denkt: we proberen dit en zien wel waar het eindigt. Dat het zou uitgroeien tot het stevige netwerk dat er nu staat, had ik toen niet verwacht.”

En de toekomst? Waar liggen de uitdagingen?
Geralca: “De opgaven zijn gigantisch: klimaat, stikstof, bodemdaling, aardbevingen, overstromingen, leefomgeving, energietransitie… En dan ook nog de verdere digitalisering met AI. Dat raakt allemaal direct aan vastgoedbeheer. Het zijn thema’s die je niet in je eentje tackelt. Alleen door kennis en ervaring te bundelen kun je verder komen.”
Cees: “De circulaire economie is wat mij betreft de overkoepelende uitdaging, omdat al die ontwikkelingen daar samenkomen. Het dwingt ons tot nieuwe businessmodellen en maatschappelijke keuzes. Hoe gaan we om met duurzaamheid, klimaat en de toekomst van de sector? Daar zie ik een belangrijke rol voor VGME: professionals samenbrengen, kennis uitwisselen en samen de grote thema’s verkennen. Door dat goed te organiseren, kunnen we als sector stappen vooruit zetten.”
De opgaven zijn gigantisch: klimaat, stikstof, bodemdaling, aardbevingen, overstromingen, leefomgeving, energietransitie...”
Theo: “En dichter bij huis zie ik nog een uitdaging voor VGME: nieuwe mensen aantrekken. Er zijn zoveel clubs en netwerken tegenwoordig. Dan moet je zorgen dat je erbovenuit steekt en relevant blijft. Niet alleen voor de huidige achterban, maar ook voor de nieuwe generatie vastgoedprofessionals.”

Welke boodschap geven jullie mee aan de nieuwe generatie?
Cees: “Investeer in je relaties. Sociale media geven het idee dat je veel contacten hebt, maar vaak zijn het schijnrelaties. Persoonlijke ontmoetingen vind ik juist nu, met al dat digitale contact, belangrijker dan ooit. Elkaar in de ogen kijken, ervaringen delen, van elkaar leren - daar zit de kracht. Je hebt meer aan een klein, sterk netwerk dan aan een groot maar oppervlakkig netwerk.”
“Blijf flexibel in je denken en in de keuzes die je maakt.”
Theo: “Sluit je aan bij VGME. Zonder netwerk loop je waardevolle inzichten, inspiratie en kansen mis. Het houdt je scherp, geeft energie en helpt je om jezelf te blijven voeden. Bovendien leer je anders kijken, doordat je input krijgt uit andere disciplines.”
Geralca: “Blijf flexibel in je denken en in de keuzes die je maakt. De wereld verandert continu en dat merk je ook in het vastgoed. Nieuwe regels, technologische ontwikkelingen, economische schommelingen, klimaatvraagstukken… ze hebben allemaal invloed. Als je durft mee te bewegen en oude zekerheden loslaat, zie je vaak kansen waar je eerst alleen obstakels zag.”

Redactie: Tessa van Leeuwen
Beeld: Aldwin van Krimpen