Investeren in leerlingen is investeren in schoolgebouwen
‘Investeren in leerlingen is investeren in schoolgebouwen’
Duurzaamheid loont, bleek weer eens tijdens een vastgoedsociëteit donderdag 17 november op de Priva Campus in De Lier. De bijeenkomst, in een van de eerste CO2-neutrale gebouwen in Nederland, werd georganiseerd door de VGME (Stichting VastgoedManagers-Expert) en de NVDO (Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud). Speciaal de onderwijshuisvesting stond op de agenda.
Bekijk hier een impressie + presentaties van deze geslaagde bijeenkomst.
Aandacht voor duurzaamheid is binnen de vastgoedwereld tegenwoordig een normale zaak. ‘Duurzaamheid as usual’ was de veelzeggende titel van de bijeenkomst. Maar duurzaamheid is “een containerbegrip, je kunt er alle kanten mee uit”, vertelde Bert van Griensven, consultant/manager bij AT Osborne. De ene keer gaat het over reductie van natuurlijke hulpbronnen of de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, een andere keer over het efficiënt gebruik van energie, water en andere hulpbronnen. De motieven voor ‘verduurzaming’ lopen eveneens uiteen. Voldoen aan wet- en regelgeving kan een reden zijn, of het vermijden van risico’s, maar het kan ook zijn, aldus Van Griensven, dat duurzaamheid gezien wordt als “een kans, commercieel, financieel. En je kunt nog verdergaan: in de richting van een morele wens, uit een verantwoordelijkheidsgevoel voor de samenleving.”
Het rijksbeleid streeft voor 2020 naar een CO2-reductie van 20 procent in bestaande bouw, nieuwbouw moet tegen die tijd energieneutraal zijn. Een hele klus, en dan te bedenken dat de rijksoverheid voor haar eigen gebouwen zelfs uitgaat van 2018. De Rijksgebouwendienst huurt momenteel alleen nog maar energielabel C-kantoren.
Duurzaamheid staat dus hoog op de agenda. De voordelen zijn bovendien evident, en huurders willen er best voor betalen. Toch komen veel projecten niet van de grond. “Technisch kunnen we het allemaal. Procesmatig krijgen we het niet voor elkaar.” In die sfeer is het Platform Duurzame Huisvesting opgericht, waarvan Bert van Griensven programmamanager is. Het platform is “een alliantie van branche-, kennis-, beroeps- en koepelorganisaties. Dus geen bedrijven, alleen belangenverenigingen, die de verschillende schakels in de vastgoedketen vertegenwoordigen.” Wat doet het platform? “We willen als katalysator fungeren, vraag en aanbod bij elkaar brengen en oplossingen voor problemen aandragen.” Daarbij wordt gekeken naar het gebouw zelf, het gebruik ervan en het beheer.
Er zijn drie werkgroepen ingesteld. De werkgroep ‘Split incentive’ zoekt naar oplossingen voor de investeringswijze en de verdeling van de opbrengsten (bijvoorbeeld via een Green Lease contract). De werkgroep ‘Business case’ kijkt naar de marktsituatie, financieringsmogelijkheden en technische oplossingen. De werkgroep Duurzaamheidstandaarden wil een soort stemwijzer ontwikkelen, door tien aspecten (elektriciteit, water, vervoer, afval etc.) naast bestaande methodieken (GPR gebouw, BREEAM, energielabel etc.) te leggen. Derden kunnen zo via een vraag- en antwoordspel hun eigen verwachtingen in kaart brengen.
De aandacht ging vervolgens vooral uit naar onderwijshuisvesting. Binnen de onderwijssector zijn vergaande afspraken gemaakt op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie. Zoals comfort de arbeidsproductiviteit in bedrijven beïnvloedt, zo presteren ook leerlingen beter bij een comfortabeler binnenklimaat. ‘Investeren in leerlingen betekent investeren in schoolgebouwen’ was de titel van de presentatie van Gert Jan Jacobse, adviseur eindgebruiker Priva, en Bart Verhaar, manager technisch beheer ROC Amsterdam.
Vooral CO2 en temperatuur hebben sterke invloed op de leerlingenprestaties. Dat zijn ook voorname aspecten bij de upgrading van de klimaatinstallaties (conform ISSO 89 klasse A) bij het ROC Amsterdam. Het ROC wordt hierin ondersteund door Priva. In totaal gaat het om 65 locaties, met zeer diverse gebouwen (als gevolg van verschillende fusies), waarvan de helft naar nieuwbouw zal verhuizen.
“Nieuwbouw is een eitje, maar hoe maak je bestaande gebouwen fris”, zo verwoordde Bart Verhaar de uitdaging. ‘Frisse’ scholen staan voor duurzaamheid die tot uitdrukking komt in energie, luchtkwaliteit, thermisch comfort, visueel comfort en akoestisch comfort.
Verhaar liet aan de hand van metingen op twee locaties zien hoe er vooruitgang werd geboekt in de luchtkwaliteit (wat betreft temperatuur, CO2, en relatieve vochtigheid). Dat vergde allemaal veel tijd, energie en investeringen. Zo waren in sommige lokalen geen meetinstallaties aanwezig, andere systemen moesten worden vervangen, en ze moesten worden aangesloten op de centrale server. “Maar de baten zijn groot. Door inzicht in het binnenklimaat, de relatie met het energieverbruik en de bezettingsgraad van het gebouw; oneigenlijk gebruik wordt tegengegaan.” Investeren in gebouwbeheerssystemen loont, was een van de conclusies.
Het probleem bij veel huidige systemen is, besloot Gert Jan Jacobse, is dat er weliswaar veel data beschikbaar zijn, “maar dat een vertaling naar de eigenaar, de facilitair beheerder, de energiecoördinator en de technisch specialist vaak ontbreekt”.
Ook de Hogeschool Rotterdam brengt duurzaamheid in praktijk, bleek tijdens de presentatie van Toon de Jong, duurzaamheidscoördinator Facilitaire Dienst. De Hogeschool Rotterdam heeft zich sinds 2009 verplicht invulling te geven aan MJA3 (Meerjarenafspraak energie-efficiency 2001-2020) en het convenant RCI (Rotterdam Climate Initiative). De doelen zijn het realiseren van energiebesparing en de CO2-reductie. Ook Cradle to Cradle wordt ingepast. Enkele cijfers: In 2009 was de CO2-footprint 47 procent lager dan bij een referentiegroep. Gebleken is bovendien dat alleen al door hergebruik van restafval 70 procent minder CO2-uitstoot op afval bereikt kan worden.
Na afloop kregen de bezoekers van de bijeenkomst een rondleiding door het Priva-gebouw, dat te boek staat als een van de eerste CO2-neutrale gebouwen van Nederland. In het gebouw wordt geen gas gebruikt voor verwarming of koeling. De Priva Campus maakt gebruik van koude- en warmteopslag in bronnen diep onder de grond. Daarnaast is het vooral ook een mooi gebouw waarin het prettig werken en verblijven is. In 2007 won de Campus een prijs voor de meest innovatieve werkplek.

